Help, hoe moet ik blenden?

Blenden is een groot aspect in tekenen met potlood. In de jaren dat ik bezig ben met (portret)tekenen, heb ik heel wat materialen en dergelijke uitgeprobeerd. Hyperrealisme is mijn doel, en om iets fotorealistisch te krijgen is het natuurlijk belangrijk dat je geen strepen of vlekken in je tekening krijgt! De vraag is, hoe krijg je dat voor elkaar?

Waarom blenden?
Blenden is belangrijk omdat je daarmee precies kan bepalen hoe je overgangen in je tekening wilt. Wil je een lichte naar donkere overgang, of juist andersom. Met blenden kan je dat met precisie doen. Vooral met realisme is blenden van belang, omdat je geen harde schaduwen wilt creëren. Juist door te blenden krijg je een zachtere overgang en kan je de tekening zo smooth maken als je wilt.
Dit wil niet zeggen dat blenden per se nodig is om iets realistisch te krijgen, je hebt verschillende stijlen binnenin het realisme. Het ligt er dus net aan welk effect je wilt bereiken.

Materialen om mee te blenden
In het begin had ik geen idee welk gerei er was om mee te blenden, of dat je überhaupt kon blenden. Ik denk dat veel mensen net zoals ik zijn begonnen met blenden met de vingers. Het is namelijk makkelijk en je hebt het altijd bij de hand. Ik kwam er alleen vrij snel achter dat dat niet de beste manier is om te blenden. Je vinger produceert immers natuurlijke oliën, die je dus ook weer over je tekening wrijft. Juist door de wrijving blijft er een vettig laagje achter op het papier, waardoor je vlekken krijgt als je er nogmaals overheen gaat met potlood. En de vieze vingers die je er van krijgt, geen aanrader! Dit is iets wat je wilt voorkomen, dus als tip geef ik daarom mee om van tevoren je handen te wassen en een velletje (kalk)papier onder je hand te leggen.

   

Zoals je hierboven ziet zijn mijn oudere tekeningen erg vlekkerig en zitten er strepen in. Ook tekende ik op fotopapier, wat ook niet zo handig was. Daarna was ik overgestapt op echt tekenpapier dat uiteindelijk toch te ruw was voor het effect wat ik wilde bereiken, dus kwam ik uit op Bristol papier. Hier teken ik nu al enkele jaren op. Maar dit is een onderwerp op zichzelf, waar Tessa in een oudere blogpost al uitgebreid over heeft geschreven.

 

Doezelaars is het eerste blendings materiaal waar ik mee in aanraking ben gekomen. Ik had een setje gekocht met verschillende diktes en werk tot op heden nog steeds met doezelaars. Juist door de verschillende diktes kan je grote en kleine oppervlaktes blenden, ideaal voor gedetailleerd werk! Wat ook fijn is, is dat je niet alleen de punt maar ook de zijkant kan gebruiken om te blenden. Soms zit er door het doezelen nog wat grafiet op de doezelaarpunt. Ik gebruik dit vaak nog om op lichtere stukken extra schaduw te creëren zonder er eerst met potlood overheen te moeten.

Verder gebruik ik ook wattenstaafjes op mijn tekeningen. Wattenstaafjes vind ik fijn voor medium grote oppervlaktes. Omdat wattenstaafjes een stompere punt hebben, is het niet geschikt voor gedetailleerde stukken. Wel kan je er hele zachte schaduw mee maken en een subtiele toonwaarde. Wat ik minder vind aan wattenstaafjes is dat het minder fijn vasthoudt doordat de stokjes aan de dunne kant zijn. Wellicht dat dit opgelost kan worden door het in een potlood houder te stoppen.

Als laatste gebruik ik tissues. Het maakt niet zoveel uit welk merk je hebt, maar pak het liefst ongeparfumeerde tissues zonder balsem. Zelf gebruik ik vaak de Original tissues van Kleenex, deze zijn zacht, stevig en scheuren niet snel. Met je vinger in de tissue blend je het grafiet. Dit is mijn favoriete methode voor grote oppervlakken, zoals achtergronden en de basis van gezichten.

  Voor en na het blenden

Technieken

Nu ik het heb gehad over de materialen, kunnen we verder gaan met de techniek. Techniek om te blenden is eigenlijk voor iedereen anders en is niet iets wat ik je kan leren. Je voelt door te oefenen zelf aan wat voor jou het beste werkt. Toch probeer ik wat tips te geven en uit te leggen hoe ik blenden aanpak.

Met tekenen maak ik eerst een basis met een lichte potloodlaag. Met de zijkant van een hard potlood (HB-2B) vul ik het papier zachtjes in. Dit doe ik door als het ware zachte “strepen” te zetten. Druk niet te hard anders krijg je geen effen ondergrond.Vervolgens blend ik het potlood met een tissue met ronddraaiende bewegingen en ga ik er weer overheen met een hard potlood om laagjes op te bouwen. Als je te snel een zacht potlood gebruikt, zal je geen mooie dekking krijgen. Probeer dus in lagen te werken en niet overhaast. Als ik een goede ondergrond heb opgebouwd, kijk ik naar mijn referentiefoto om te zien waar de schaduwen horen. Op de donkerdere stukjes ga ik er met een iets zachter potlood overheen (vanaf 3B ongeveer). Verder blend ik dit uit met een wattenstaafje of doezelaar, afhankelijk van de grootte. Heel dit proces blijf ik herhalen totdat ik een zacht geheel krijg. Hieronder zie je hoe ik te werk ga.

Ook heb ik hier het blending proces door de jaren heen. Zoals je ziet krijg je door te blenden een veel egaler geheel, waardoor je tekeningen er realistischer uitzien.

Ik hoop dat mijn artikel jullie een beetje op weg geholpen heeft. Zie dit als een richtlijn en blijf vooral zelf experimenteren met blenden en kijk wat voor jou het beste werkt!

Wat is jouw favoriete manier om te blenden? Laat het weten in de comments!

Liefs,

Kansinee

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *